
Vogelaars kunnen half krankzinnig worden als ergens in Nederland een heel zeldzame vogel is 'gespot'. Ze verlaten dan halsoverkop hun werk, rijden 200 kilometer in de mist om ergens in een zompig weiland op Texel te speuren naar de eerste Dwerggors in jaren. Terwijl je op de goede plek (dus in het buitenland) over die Dwerggorzen kunt struikelen. Maar ik begrijp het wel. Zeldzaam is voor veel natuurliefhebbers zeldzaam leuk. Het is weer een leuke, adrenaline-opwekkende verandering in de wat monotone huismus-goudvink-grutto-merel-lijst van alledag. Bij korstmossen is dat niet anders. Lichenologen zijn echter zwaar in het voordeel, want zij hoeven hun werk of huis en haard niet meteen te verlaten om een zeldzaamheid te scoren: die blijft er namelijk gewoon lekker zitten na z'n ontdekking. Zo wist ik dat bij een excursie over de westelijke dijk van de Noordoostpolder heel wat zeldzaamheden te verwachten waren, waaronder een voor Nederland heel zeldzaam gevalletje: Lecanora cenisea, de Kwartsschotelkorst. Pas enige tijd geleden ontdekt en tot nu toe alleen op die winderige, eindeloze dijk gesignaleerd. We vonden de Kwartsschotelkorst terug, en hij was daar niet eens zo zeldzaam. Waarom alleen op die verlaten plek en niet op de honderden kilometers dijk in de omtrek? Een intrigerend raadsel. Misschien is dit zijn geboorteplek in Nederland, klaar om zich duizendvoudig over de rest van het natte Hollandse dijksteen te verspreiden. We zagen Lecanora cenisea, we bogen ons op onze knieen over hem heen en legde hem fotografisch vast. Hij is best mooi, alhoewel niet spectaculair. En toch word ik er een beetje warm van. Zeldzaam, namelijk.
